Foyle’s War

Beste tv-programma van nu: Foyle’s War. Uitgezonden door de KRO op zaterdagavond. ’t Is geen Inspector Morse. Die is ongeëvenaard. Maar hoofdpersoon Christopher Foyle (acteur Michael Kitchen) komt met z’n melancholieke uitstraling best een heel eind.

Britse series blijven toch honderd keer beter dan Amerikaanse. Al was het maar doordat ze gewone mensen laten zien: dikke mensen, lelijke mensen, mensen met scheve gezichten, een rare mond, uitpuilende ogen. Geweldige acteurs die bovendien gezichtsuitdrukkingen hebben. Heel anders dan acteurs in Amerikaanse series die er van zichzelf al uitzien als Barbie en Ken. En dan ook nog eens stijfstaan van de Botox waardoor ze hun gezicht niet meer kunnen bewegen.

Als verstokt Morse-fan is er nóg iets wat Foyle’s war (en andere Engelse detectives) een genot om naar te kijken maakt. Steeds weer duiken acteurs op die ook een rol in Morse hebben gespeeld. In de aflevering van afgelopen zaterdag herkende ik twee acteurs. De sport is om dan te raden in welke aflevering van Morse ze zaten. Dat valt niet altijd mee, want vaak is het vijftien tot wel twintig jaar geleden.

’t Bekendst is Thomas Lynley (Nathan Parker) die een smokkelende cricketspeler was in de Morse-aflevering ‘Deceived by Flight’. Maar ook Amanda Burton en Michael Kitchen zelf waren te zien in Morse.

 30-07-2005

Aanslag

Balkenende over de aanslagen in Londen: ‘Als het gaat om de terroristische aanslagen in Londen kan het natuurlijk niet zo zijn dat op ‘t ogenblik een dergelijk heel verkeerd signaal wordt uitgezonden.’

 08-07-2005

Rorty

Kun je een beroemd filosoof om een handtekening vragen?

Na het overlijden van de beroemde Franse denkers Lyotard (in 1998) en Derrida (in 2004) is de Amerikaan Richard Rorty misschien wel de bekendste nog levende filosoof ter wereld. (Dat buiten de filosofie maar weinig mensen hem kennen, zegt iets over de maatschappelijke relevantie van de hedendaagse wijsbegeerte. Maar dat terzijde.)

Jaren geleden (in 1997) was Rorty in Nederland voor een lezing. Ik stond pal achter hem bij het binnengaan van de zaal. Hij stond nog even te praten met wat mensen. Ik kocht een boekje waarin de tekst van Rorty’s voordracht stond afgedrukt. Medefilosofiestudent Koos stootte mij aan en siste: ‘Nu! Dit is je kans. Vraag om een handtekening.’ Ik aarzelde (zoals wel vaker op beslissende momenten). Kun je een beroemd filosoof om een handtekening vragen zoals mensen dat bij schrijvers, voetballers en popsterren doen? Ik wachtte te lang. Rorty liep door.

Ik heb het boekje nog steeds. De eerste bladzij is leeg. Op de titel van de lezing na: Truth, politics and ‘post-modernism’. Daar hadden Rorty’s opdracht en zijn handtekening onder kunnen staan. Had ik er om moeten vragen? Ik weet het nog steeds niet.

03-07-2005

Favoriete filosofen: Emil Cioran

‘Als je zwartgallig bloed in je aderen hebt, ben je onder de mensen evenmin op je plaats als een grafschrift midden in een circus.’ Hij leed aan ernstige depressies en extreme slapeloosheid. Hij haatte filosofische systeembouwers als Aristoteles, Thomas van Aquino en Hegel. (‘The worst form of despotism is the system, in philosophy and in everything’) en schreef daarom zelf in aforismen: korte, stevige, op zichzelf staande statements. Emil Cioran (1911 – 1995) werd geboren in Roemenië, maar vertrok toen hij halverwege de dertig was naar Parijs. Daar bouwde hij een bescheiden roem op in literaire kringen. Maar voor het grote publiek bleef hij een onbekende. Hoewel nihilist en misantroop in hart en nieren stierf hij niet vroegtijdig door eigen hand, maar bereikte de keurige leeftijd van 84 jaar. ‘Wie, uit verstrooidheid of onbekwaamheid, de mensheid ook maar enigszins in haar opmars zou stuiten, is een weldoener’, schreef hij stoer. Maar dan weer aandoenlijk: ‘Hoe meer de mensen mij onverschillig zijn, hoe meer ze mij in verwarring brengen; en als ik ze minacht, kan ik ze niet benaderen zonder te stotteren.’ En: ‘Met verschrikking beleef ik de vermindering van mijn mensenhaat, de losmaking van de laatste band die mij met hen verenigde.’

bloem

Gelukkig voor hem overleed hij jaren voor de plaag van het publiekelijk en schaamteloos mobiel bellen zich in volle omvang openbaarde. Al zou je haast denken dat hij deze voorzag. Zo schreef hij: ‘Het enige heil zit in de nabootsing van het zwijgen. Maar onze praatzucht dateert van vóór de geboorte. Behorend tot een ras van praatjesmakers en woordrijke spermatozoïden, zijn we chemisch gebonden aan het woord.’ En: ‘Men kan niet weten of de mens zich nog lang van het woord zal bedienen of dat hij geleidelijk aan de gewoonte om te brullen zal terugkrijgen.’ Nee, een liefhebber van het woord was hij niet, net zomin als van de ratio. ‘Zonder de heerschappij van het begrip, zou de muziek de plaats hebben ingenomen van de filosofie: dat zou het paradijs geweest zijn van de onuitsprekelijke vanzelfsprekendheid, een epidemische verrukking.’   Net als Nietzsche, die andere grootmeester van het aforisme, hamerde Cioran clichés en quasi diepe inzichten aan stukken. Over het lijden schreef hij: ‘Als ongewilde aanslag op onszelf, dwingt ziekte ons tot ‘diepte’, veroordeelt ons ertoe. – De zieke? Een metafysicus tegen wil en dank.’ Zelf word ik altijd vrolijk van zoveel cynisme en somberheid. De wetenschap dat er iemand heeft geleefd die mij zelfs in mijn chagrijnigste ogenblikken nog overtrof in zwartgalligheid. En dan komt hij – onverwacht en min of meer terloops – toch nog een advies over het goede leven: ‘Der dagen geur en smaak ontdekt men slechts wanneer men zich onttrekt aan de verplichting een lotsbestemming te hebben.’ Precies!

 13-06-2005