De reiger

reiger

Waar water is, zijn reigers. Bij ons in de buurt wemelt het ervan. Maar ze blijven fascineren. Met hun bedachtzame tred. Hun dolksnavel. Hun zijdelingse wantrouwende blik als je ze voorbijloopt. De manier waarop ze eindeloos lang als bevroren langs de waterkant staan om dan heel plotseling pijlsnel uit te vallen naar een kikker of een vis. Een van de mooiste gedichten die ik ken, gaat over een reiger. Het is van Jan Willem Schulte Nordholt en het heet ‘Reiger op het Binnenplein’.

Een tovervogel daalt neer
op het rechtlijnige plein van onze dag van vandaag
vanachter glas en staal
kijkt het veelvuldig oog
van het kind dat wij goddank zijn
hem vol verwondering aan.

Hij duikt in zijn dons, hij denkt na
dieper waarschijnlijk dan wij,
hij heeft ook veel meer tijd
en zo oneindig veel meer ruimte.

Hij kleurt bij het zink van het plat,
een zuilenheilige op zijn eigen
ernstige poot, een grijze wijsgeer.

Eigenlijk zou hij erelid moeten zijn
van iets dat wij allemaal samen

voelen en willen, maar het heeft nauwelijks
een naam, noem het verlangen.

Maar hij ontstijgt. Reikhalzend
staat hij een ademloos ogenblik,
een trillende antenne. Dan spreidt

hij de majesteit van zijn vleugels.
Hij verheft zich hemelsbreed
boven ons op de aarde. Wij zijn
weer zeer met elkander alleen.


Uit: Verzamelde gedichten (Baarn: de Prom, 1996)

 06-06- 2005

Herinneringen

Ze zeggen wel dat vroege jeugdherinneringen – grofweg van voor  het vierde levensjaar – geen werkelijke herinneringen zijn. Ze zouden zijn gebaseerd op verhalen die je door ouders en familie keer op keer zijn verteld. De beelden die zich door die verhalen in je hoofd hebben vastgezet, zou je na verloop van tijd voor echte herinneringen zijn gaan aanzien. Ook oude foto’s zouden zo’n mechanisme in gang zetten. Je hebt er zelf van alles omheen verzonnen en bent die verzinsels voor werkelijk jeugdherinneringen zijn gaan aanzien. Ik heb veel herinneringen van voor en rond mijn vierde levensjaar. Misschien dus wel geen echte herinneringen. Maar ze zijn wel verrassend levendig. Opvallend is ook dat ik nog heel goed het gevoel kan terughalen dat erbij hoorde. Meestal angst of schaamte, maar soms ook wel blijdschap of opwinding.
Eén van de allereerste herinneringen moet die zijn aan een ringetje dat ik van mijn oma had gekregen en dat ik kort daarna alweer kwijtraakte in de zandbak. Ik zie mezelf nog in die zandbak zitten starend naar de vinger waar kort daarvoor nog een ringetje omheen had gezeten. Een smal ringetje was het. Van goud of zilver, dat weet ik niet meer, met een klein glinsterend diamantje erin. Of het er echt zo uitzag, weet ik trouwens niet meer. Wel weet ik dat ik me realiseerde dat er iets heel ergs was gebeurd en dat ze wel heel boos op me zouden zijn. Het ringetje is bij mijn weten nooit meer teruggekomen. Ligt het daar nog in die zandbak? Bestaat die zandbak nog? Is het ringetje ooit door iemand gevonden? Waar is het nu?

 03-01-2005

Lijstjes

Er is sprake van een ware lijstjesmanie. De NCRV kiest het mooiste plekje van Nederland. Onlangs is het beste kinderboek aller tijden gekozen. Door een jury van volwassenen! Dat verklaart ongetwijfeld waarom er een boek is gekozen waar ik nog nooit van heb gehoord. Een regelrechte aanfluiting is de Grootste Nederlander aller tijden. Pim Fortuyn, die met Erasmus, Anne Frank, Drees en Rembrandt om de eerste plaats strijdt. Waar gaat dit over? Appels met peren, toch? Het wachten is nu alleen nog op de grootste mens aller tijden. Zullen Jezus en Nelson Mandela erin slagen om Osama Bin Laden voor te blijven? Of moet de VN eraan te pas komen om Osama te verwijderen van de longlist? Net zoals ze in Duitsland bij de verkiezing van de grootste Duitser voor alle zekerheid maar met Hitler hebben gedaan?
Of neem de verkiezing van de grootste filosoof aller tijden. Die werd een tijdje geleden door Nederlandse hoogleraren filosofie aangewezen, als ik het me goed herinner. Ook zo’n teleurstelling. Ik geloof dat het Kant werd. Oersaai. Maar vooruit, laat ik eerlijk zijn: om Kant kun je natuurlijk niet heen. Dat is zoiets als Plato over het hoofd zien. Veel erger was dat mijn helden zoals Nietzsche en Heidegger er niet aan te pas kwamen. Net zomin als opwindende Fransozen als Derrida en Foucault. Of Rorty, de grootste filosoof van ons tijdperk

 18-12-2004